Het is inmiddels alweer enkele uren geleden, de supporters zijn naar huis en de spelers gaan langzamerhand richting hun bed. Wat overblijft is een heroïsche herinnering aan een meer dan mooie tennisavond. Niet alleen door de wedstrijden waar vooral Del Potro tegen Ferrer mij voorbij het puntje van mijn stoel deed kruipen maar deze avond zal wat mij betreft de geschiedenis in gaan als de avond van de supporters. Want zo is het, de altijd zo keurig geachte tennissport had vandaag niet te maken met toeschouwers of publiek, maar werd opgeschrikt door heuse tennisfans.
Het is 0-0, eerste set, nog geen punt is er gespeeld bij de partij tussen Spanjaard David Ferrer en Juan Martín del Potro. Met de beroemde woorden ‘quiet please’ probeert de scheidsrechter het uitzinnige publiek stil te krijgen maar helaas voor hem, duizenden winnen het nog altijd van één. De spelers beginnen dan maar, ondanks het lawaai, er moet immers toch gespeeld worden. Naarmate de partij vordert en er blijkt dat de twee mannen ook nog eens onvoorstelbaar aan elkaar gewaagd zijn ontstaat een vocale vechtpartij tussen twee kampen waar menig voetbalwedstrijd nog een hele dikke punt aan kan zuigen.
Tennis 2.0. is het. Ver verwijderd van de nette sport die in het verleden alleen nog was weggelegd voor de beterbedeelden van onze maatschappij. De sport begint zich te ontwikkelen als een échte publiekssport waarbij juichen na een fout van de tegenstander niet langer onsportief is, waarbij een gemiste eerste opslag tot vreugde leidt en vooral: een sport waarbij het mogelijk is om ook tijdens het spel je favoriete speler aan te moedigen. Dit laatste was lange tijd ondenkbaar. Als de tennisser zijn ballen van de ballenjongens of meisjes had ontvangen werd je geacht stil te zijn, en na de rally een discreet applausje te laten horen, ongeacht de winnaar van het punt.
Maar de wereld verandert en daarmee ook het tennis. Noem het de verharding van de samenleving, noem het de teloorgang van traditie, maar ik noem het graag de trend waarin fanatisme en supporterschap het wint van stoffige regelgeving waardoor de sport enkel aan amusementswaarde wint. Fantastisch vind ik het om Argentijnen met hun shirt om hun hoofd geknoopt liederen te horen zingen, prachtig is het als de speler met armgebaren het publiek verder ophitst als een voetballer zou doen bij een juist verworven hoekschop. Ferrer en del Potro waren vandaag de hoofdpersonen van een nieuw boek waarin de schrijver net de eerste pagina af heeft, en niet van plan is het bij die ene pagina te laten. Wie de schrijver is? Dat zijn wij, de supporters op de tribune die ervoor zorgen dat de spelers weten waar ze het voor doen. Het is een cliché, maar een cliché dat nooit vergeten moet worden: sport is emotie, en dat zal hopelijk altijd blijven.
Het is 0-0, eerste set, nog geen punt is er gespeeld bij de partij tussen Spanjaard David Ferrer en Juan Martín del Potro. Met de beroemde woorden ‘quiet please’ probeert de scheidsrechter het uitzinnige publiek stil te krijgen maar helaas voor hem, duizenden winnen het nog altijd van één. De spelers beginnen dan maar, ondanks het lawaai, er moet immers toch gespeeld worden. Naarmate de partij vordert en er blijkt dat de twee mannen ook nog eens onvoorstelbaar aan elkaar gewaagd zijn ontstaat een vocale vechtpartij tussen twee kampen waar menig voetbalwedstrijd nog een hele dikke punt aan kan zuigen.
Tennis 2.0. is het. Ver verwijderd van de nette sport die in het verleden alleen nog was weggelegd voor de beterbedeelden van onze maatschappij. De sport begint zich te ontwikkelen als een échte publiekssport waarbij juichen na een fout van de tegenstander niet langer onsportief is, waarbij een gemiste eerste opslag tot vreugde leidt en vooral: een sport waarbij het mogelijk is om ook tijdens het spel je favoriete speler aan te moedigen. Dit laatste was lange tijd ondenkbaar. Als de tennisser zijn ballen van de ballenjongens of meisjes had ontvangen werd je geacht stil te zijn, en na de rally een discreet applausje te laten horen, ongeacht de winnaar van het punt.
Maar de wereld verandert en daarmee ook het tennis. Noem het de verharding van de samenleving, noem het de teloorgang van traditie, maar ik noem het graag de trend waarin fanatisme en supporterschap het wint van stoffige regelgeving waardoor de sport enkel aan amusementswaarde wint. Fantastisch vind ik het om Argentijnen met hun shirt om hun hoofd geknoopt liederen te horen zingen, prachtig is het als de speler met armgebaren het publiek verder ophitst als een voetballer zou doen bij een juist verworven hoekschop. Ferrer en del Potro waren vandaag de hoofdpersonen van een nieuw boek waarin de schrijver net de eerste pagina af heeft, en niet van plan is het bij die ene pagina te laten. Wie de schrijver is? Dat zijn wij, de supporters op de tribune die ervoor zorgen dat de spelers weten waar ze het voor doen. Het is een cliché, maar een cliché dat nooit vergeten moet worden: sport is emotie, en dat zal hopelijk altijd blijven.

.png)
.jpg)