In veel landen, met name landen die vroeger communistisch waren of dat nog steeds zijn, is er een gesloten valuta. Dit betekent dat je het geld dat je daar contant opneemt in een ander land niet kan omwisselen. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de Laotiaanse kip en de Vietnamese dong. Kom je in een ander land dan zullen ze daar weigeren deze munteenheden voor je om te wisselen. In landen met een gesloten valuta is het in de betere restaurants en hotels daarom vaak mogelijk om in Amerikaanse dollars te betalen. Wisselen in deze landen kan bij de (staats)banken maar ook op de zwarte markt. In Vietnam is het bijvoorbeeld bekend dat je een zeer gunstige wisselkoers kan krijgen bij goudhandelaren. Je moet er echter wel rekening mee houden dat landen met een gesloten valuta hier vaak een strenge regelgeving voor hanteren en naarmate het verschil tussen de officiƫle koers en die op de zwarte markt groter is worden de controles en straffen ook strenger. Het verstandigste is dan ook om gewoon je pinpas mee te nemen en binnen in de bank te pinnen. Dit kan in praktisch alle grote steden ter wereld.