Geschiedenis
De geschiedenis van de TU Delft gaat terug naar 8 januari 1842, toen de TU werd gesticht als de Koninklijke Akademie ter opleiding van burgerlijke ingenieurs zoo voor ’s lands dienst als voor de nijverheid en van kweekelingen voor deen handel. Dit gebeurde met de steun van de toenmalige koning Willem II. Op 2 mei 1863 werd het technisch onderwijs wettelijk gereglementeerd en werd het onderwezen in de sfeer van middelbaar onderwijs. Het jaar daarop werd de Koninklijke Akademie opgeheven en werd Delft de plaats van de Polytechnische School. De naam ‘Technische Hoogeschool van Delft’ nam de school aan in 1905, toen dit bij de wet werd geregeld. Hiermee werd ook het promotierecht ingevoerd. Destijds had de TU 450 studenten. Op 1 september 1986 werd de naam van het instituut vastgesteld tot ‘Technische Universiteit Delft’. 

Studenten
In 1998 telde de TU zo’n 16 faculteiten. Dit aantal is teruggebracht naar 8:
Mechanical, Maritime and Material Engineering (3mE)(511 studenten)
Bouwkunde (756 studenten)
Civiele Techniek en Geowetenschappen (516 studenten)
Electrotechniek, Wiskunde en Informatica (354 studenten)
Industrieel Ontwerpen (420 studenten)
Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek (467 studenten)
Techniek, Bestuur en Management (212 studenten)
Technische Natuurwetenschappen (323 studenten)
Van de in totaal 3.559 studenten zijn er slechts 814 vrouw. Het meest extreem is het in de faculteiten 3mE (38 vrouwen) en EWI (34 vrouwen).