Geschiedenis
De Universiteit van Leiden werd opgericht in 1575 en is de oudste universiteit van Nederland. Het was een geschenk van Willem van Oranje aan de stad Leiden na het Leidens ontzet. De burgers van de stad konden kiezen: tien jaar geen belasting of een universiteit. Zodoende werd de universiteit op 8 februari 1575 gesticht, betaald door Willem van Oranje met de geconfisqueerde katholieke geestelijke bezittingen.

Filosofie en kennis van de Romeinse en Griekse geschiedenis waren de belangrijkste kennisgebieden van de universiteit in de Gouden Eeuw. Daarnaast werd er onderwezen in grammatica, dialectica, retorica, arithmetica, geometria, musica en astronomia. Deze laatste zeven vrije kunsten werden op vrijwel elke universiteit in die tijd gegeven.
De Leidse Universiteit heeft een groot aantal belangrijke geleerden voortgebracht. Zo ontving in 1913 de hoogleraar Kamerlingh Onnes de Nobelprijs in de natuurkunde. Hij slaagde er als eerste in helium vloeibaar te maken en bijna het absolute nulpunt te bereiken. Ook Pieter Zeeman, Hendrik Lorentz en Willem Einthoven ontvingen deze prijs. Een andere bekende hoogleraar was Albert Einstein.

In 1940 werd de universiteit gesloten, omdat er hevige protesten tegen het ontslag van joodse werknemers gaande waren. Hierin deden studenten en werknemers mee. De speech die Rudoplh Cleveringa hield, als protest tegen de ontslagen, wordt nog elk jaar herdacht. In september 1945 werd de universiteit weer geopend.

Studenten
In Leiden studeren 17616 studenten aan 7 faculteiten:
Archeologie (423 studenten)
Geesteswetenschappen (4312 studenten)
Rechtsgeleerdheid (4021 studenten)
Sociale Wetenschappen (4700 studenten)
Wis- en Natuurwetenschappen (1618 studenten)
Geneeskunde (2342 studenten)
Lerarenopleiding (199 studenten)